Hoe werkt die reserve precies?
Een vennootschap zet een deel van haar winst na belasting apart in een afzonderlijke reserverekening en betaalt daarop meteen een anticipatieve heffing. Dat bedrag kan later, na de wachttermijn, tegen een verlaagde roerende voorheffing worden uitgekeerd. Wat dat in uw geval oplevert, berekent uw accountant.
De regeling komt uit het fiscaal recht en niet uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Zij is bedoeld voor ondernemers die winst in hun vennootschap laten en pas later, of bij de stopzetting, willen uitkeren.
De aanleg gebeurt per boekjaar bij de bestemming van het resultaat. De officiele informatie vindt u bij de FOD Financien.
Voor welke vennootschappen is ze mogelijk?
Enkel kleine vennootschappen in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen kunnen een liquidatiereserve aanleggen. Grote vennootschappen zijn uitgesloten.
Of uw vennootschap klein is, hangt af van de criteria voor personeelsbestand, jaaromzet en balanstotaal. Die toets gebeurt per boekjaar, waardoor een vennootschap in het ene jaar wel en in het andere jaar niet in aanmerking kan komen.
Uw accountant bepaalt dat bij de opmaak van de jaarrekening. Twijfelt u of er in uw vennootschap reserves zijn aangelegd, dan blijkt dat uit de toelichting bij de jaarrekening.
Wat is er onlangs veranderd?
De Programmawet wijzigde twee zaken voor nieuw aangelegde reserves: de wachttermijn werd korter en de roerende voorheffing bij de uitkering werd hoger. De totale belastingdruk ligt voor die reserves dus hoger dan voordien.
Voor reserves die eerder werden aangelegd blijft het vorige regime gelden, met een keuzerecht om vroeger uit te keren tegen een tussentarief. Welk regime op uw reserves speelt en wat dat concreet oplevert, zoekt uw accountant voor u uit. Meer over de wijziging leest u in ons artikel over wat er verandert aan de liquidatiereserve.
| Kenmerk | Reserves van voor de wijziging | Reserves van na de wijziging |
|---|---|---|
| Heffing bij de aanleg | Verschuldigd in het jaar van de aanleg, bij de bestemming van het resultaat | Verschuldigd in het jaar van de aanleg, bij de bestemming van het resultaat |
| Wachttermijn | De langste van de twee termijnen | Korter dan bij de oudere reserves |
| Roerende voorheffing na de termijn | Het laagste van de twee tarieven | Hoger dan bij de oudere reserves |
| Totale belastingdruk na de termijn | Heffing bij de aanleg plus de verlaagde voorheffing van dit regime | Heffing bij de aanleg plus de hogere voorheffing van dit regime |
| Vroeger uitkeren | Keuzerecht om vroeger uit te keren tegen een tussentarief | Mogelijk, maar tegen het gewone dividendtarief |
| Bij vereffening | Geen bijkomende roerende voorheffing | Geen bijkomende roerende voorheffing |
Van winst in de vennootschap naar geld bij de aandeelhouder
Tussen de winst in de vennootschap en het bedrag dat bij de aandeelhouder terechtkomt, zitten twee fiscale stappen: de heffing bij de aanleg en de voorheffing bij de uitkering.
Onderstaande strook toont die volgorde voor een reserve die na de wachttermijn wordt uitgekeerd. Wat elke stap in uw dossier oplevert, hangt af van uw cijfers en van het moment van aanleg. Die berekening maakt uw accountant.
De termijnen op een rij
Het moment van uitkeren bepaalt het tarief. Wie de wachttermijn respecteert geniet het gunstige tarief, wie eerder uitkeert valt terug op het gewone dividendtarief.
Bij een vereffening valt de roerende voorheffing weg, ongeacht de wachttermijn. Dat is het scenario waarvoor de regeling oorspronkelijk bedoeld was.
Naast een gewoon dividend en naast VVPRbis
Een gewoon dividend is doorgaans het duurst. De liquidatiereserve en VVPRbis liggen dichter bij elkaar, maar werken op een verschillende manier.
Bij een liquidatiereserve betaalt de vennootschap eerst een heffing bij de aanleg en volgt de voorheffing pas bij de uitkering. VVPRbis werkt met een verlaagde voorheffing op dividenden, zonder heffing bij de aanleg, maar met eigen voorwaarden over de inbreng en de wachtjaren. Welke regeling in uw dossier voordeliger uitvalt, rekent uw accountant uit.
| Regeling | Moment van uitkering | Hoe de belasting loopt |
|---|---|---|
| Gewoon dividend | Op elk moment | Enkel roerende voorheffing bij de uitkering, zonder heffing vooraf en zonder wachttermijn |
| Liquidatiereserve na de wachttermijn | Na de wachttermijn, per aangelegd boekjaar | Heffing bij de aanleg, daarna een verlaagde voorheffing bij de uitkering |
| Liquidatiereserve bij vereffening | Bij de vereffening van de vennootschap | Enkel de heffing uit het jaar van de aanleg, geen bijkomende voorheffing |
| VVPRbis | Na de wachtjaren, mits aan de inbrengvoorwaarden is voldaan | Verlaagde voorheffing op dividenden, zonder heffing bij de aanleg |
Wat gebeurt er met de reserve als u de vennootschap stopzet?
Bij een vereffening kan de liquidatiereserve worden uitgekeerd zonder bijkomende roerende voorheffing, ongeacht de wachttermijn. Er blijft dan enkel de heffing uit het jaar van de aanleg over.
Dat maakt de omvang van de reserve een van de eerste zaken om na te kijken voor u tot ontbinding beslist. Het bedrag bepaalt mee wat u netto overhoudt aan het einde van het traject.
Het deel van de uitkering dat boven het fiscaal gestort kapitaal uitkomt, heet de liquidatiebonus. Hoe dat samenhangt, leest u op de pagina over de liquidatiebonus, en de fiscale kant van een volledig traject staat bij vereffening en belastingen.
Wat ondernemers ons over de liquidatiereserve vragen.
Acht vragen over de liquidatiereserve, hier al beantwoord in gewone taal.
Een liquidatiereserve laat een vennootschap toe winst apart te zetten tegen een afzonderlijke heffing, om die later op een voordeligere manier uit te keren aan de aandeelhouders. Het is een regeling uit het fiscaal recht en niet uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Enkel kleine vennootschappen komen ervoor in aanmerking.
Bij de aanleg betaalt de vennootschap een anticipatieve heffing op het bedrag dat naar de reserve gaat. Bij de latere uitkering komt daar roerende voorheffing bij, waarvan het tarief afhangt van het moment van aanleg en van de wachttermijn. Welke tarieven op uw reserve van toepassing zijn, bevestigt uw accountant.
Er geldt een wachttermijn, en die verschilt naargelang de reserve voor of na de recente wijziging is aangelegd. Bij oudere reserves bestaat daarnaast een keuzerecht om vroeger uit te keren tegen een ander tarief. Bij een vereffening vervalt de wachttermijn. Uw accountant leest uit uw jaarrekening wanneer uw reserve vrijkomt.
Ja. De Programmawet wijzigde twee zaken voor nieuw aangelegde reserves: de wachttermijn werd korter en de roerende voorheffing bij de uitkering werd hoger. Voor eerder aangelegde reserves blijft het vorige regime met het keuzerecht bestaan. Welk regime op uw reserves speelt, zoekt uw accountant voor u uit.
Enkel kleine vennootschappen in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen kunnen een liquidatiereserve aanleggen. Of uw vennootschap daaronder valt, hangt af van de criteria voor personeel, omzet en balanstotaal. Uw accountant toetst dat per boekjaar.
Bij een liquidatiereserve betaalt de vennootschap eerst een anticipatieve heffing bij de aanleg en volgt de roerende voorheffing pas bij de uitkering. VVPRbis werkt met een verlaagde roerende voorheffing op dividenden, zonder heffing bij de aanleg, maar met eigen voorwaarden over de inbreng en de wachtjaren. Welke regeling voordeliger is, verschilt per dossier en wordt door uw accountant uitgerekend.
Bij een vereffening kan de liquidatiereserve worden uitgekeerd zonder bijkomende roerende voorheffing, ongeacht de wachttermijn. Dat is precies waarvoor de regeling bedoeld is. Daarom is het zinvol de omvang van de reserve na te kijken voor u tot ontbinding beslist.
Dat kan, maar dan valt de uitkering terug op het gewone dividendtarief in plaats van op het verlaagde tarief van de regeling. Daardoor is vroeger uitkeren zelden voordelig. Wat het verschil in uw geval betekent, rekent uw accountant voor u uit.
U hoeft vandaag nog niet alles te weten.
Vertel ons kort waar uw vennootschap vandaag staat. Stephanie en Niels, de zaakvoerders van Leadservice in Kortrijk, bekijken uw situatie persoonlijk en leggen uit welke stappen nodig zijn.
Vrijblijvend · Persoonlijk · Geen verplichtingen
Eerst begrijpen. Dan beslissen.
Wie een vennootschap wil stoppen, zit vaak met meer vragen dan alleen “hoe doe ik dit?”. Daarom leggen we de belangrijkste situaties begrijpelijk uit, in gewone taal, zonder artikelnummers.